Doelstellingen en niveaus van het vak Film:

  • bewust creëren
  • bewust aanleren en toepassen van film technische aspecten
  • bewust verplaatsen in de kijker
  • bewust beschouwen
  • bewust worden van de rijkdom van het medium

De nadruk is gelegd op ‘bewust’, omdat het in het vak Film om meer gaat dan alleen maar “een filmpje kijken en maken“. Elke leerling krijgt alle vaardigheden van het film maken meer of minder onder de knie en kan daarnaast een voorkeur ontwikkelen voor een bepaald aspect van het film maken zoals bijvoorbeeld montage.

Kapstok voor de niveaus waarop het vak Film wordt aangeboden
Het niveau geeft de mate van bewust toepassen aan:  

A. Basisvaardigheden: ontdekken van/experimenteren met beeldtaal (grote meesters als voorbeeld). Dit zijn veelal eenmalige projecten of modules.
B. Het ambacht leren: film technische aspecten onder de knie krijgen.
C. Verdieping en eigen stijl ontwikkelen.


A. Basisvaardigheden - fase 1: ontdekken van/experimenteren met beeldtaal

Bij basisvaardigheden staan leerdoelen als samenwerking, plezier en kennismaking met de filmische middelen en de basisvaardigheden voorop, zoals:

  • Het schrijven van een verhaal, een simpel plot, het tekenen van een storyboard, de leerling leert zich te verplaatsen in de kijker.
  • Het hanteren van de videocamera, naast fotografische technieken zoals licht, keuzes voor standpunten (bijvoorbeeld over-shoulder), kadrering (bijvoorbeeld een close-up) en camerabeweging (bijvoorbeeld pan of tilt ) laat de leerling begrijpen dat hij bepaalt wat de kijker ziet.
  • De filmlocatie is in dit stadium veelal nog de directe leefomgeving. Het vormgeven van kleding, decor of een specifieke locatie is in deze fase nog eenvoudig.
  • Het bewerken op de computer laat de leerling opnieuw zijn verhaal beleven en hij experimenteert met digitale beeldbewerking.
  • Het toevoegen van muziek en geluid, de leerling krijgt inzicht in de sfeer versterkende werking van dit medium.
  • Aandacht wordt besteed aan analyse en kennis van de film geschiedenis en film als cultuuruiting, met als doel de ‘esthetische waarneming’ te verbeteren.
  • Door reflectie op het gecreëerde filmproduct wordt de leerling bewust van het effect van beeldtaal op de kijker.
  • De ervaring, learning by doing, in meerdere producties en de reflectie op eigen en elkaars werk maakt de leerling bewust van de werking en de zeggingskracht van film.

B. Het ambacht leren: d.w.z. film technische aspecten onder de knie krijgen.
Film is een complex medium, met de daarbij horende theorie, techniek en de regels van het vakgebied. Het filmproces vraagt een planmatige aanpak. De onder A genoemde technische vaardigheden worden verdiept met de kennis van traditionele vormgevingsconventies, bijvoorbeeld over de as gaan. Hoe vertellen filmmakers hun verhaal. Elke regel van het vakgebied, ingeleid door een theoretische kader, wordt geoefend door middel van praktische opdrachten. De leerdoelen en beoordeling gaan over het kunnen toepassen van de verkregen kennis.

  • Zo wordt het schrijven van een scenario meer ‘de constructie‘ van een filmverhaal, waar de structuur van het plot het dilemma van de personages toont, en afhankelijk van het genre en de keuzes van regie richting geeft aan de actieve cameravoering. Het doel is het verhaal op een filmische manier te verbeelden.
  • Het camerawerk is systematisch, volgt het vertelperspectief, legt de focus en maakt creatief gebruik van de specifieke beeldaspecten met als doel de geloofwaardigheid of de illusie van het filmverhaal te vergroten.
  • Bij de montage wordt het verhaal ‘herschreven‘ en nogmaals intensief vormgegeven.
  • Om in film een verhaal goed te vertellen, in welk filmgenre dan ook, is het essentieel in een film een balans tussen emotie en informatie te creëren.
  • Aandacht wordt besteed aan analyse en kennis van de film geschiedenis en film als cultuuruiting, met als doel de ‘esthetische waarneming’ te verbeteren.
  • De leerdoelen zijn divers: gericht op doorzettingsvermogen en samenwerking; het begrijpend kijken naar ‘beeldtaal’; het toepassen van de filmtechnische aspecten en de effectiviteit bij de kijker.
  • De ervaring, learning by doing, in meerdere producties en de reflectie op eigen en elkaars werk maakt de leerling bewust van de werking en de zeggingskracht van film.

C. Verdieping en eigen stijl ontwikkelen .
Het beschouwen van ‘de professionals’ ondersteunt het ervaringsgerichte productieproces van de leerling: de filmische middelen die deze filmmakers inzetten om hun verhalen zo te verbeelden dat de kijker meegesleept wordt.

  • Zo analyseren de leerlingen op actieve wijze, de keuzes van een regisseur. De verbeelding van het scenario vertaald in een shotlist wordt bestudeerd. Aandacht richten op het belang van de cameraregie, zowel in de samenhang tussen shots, de découpage, en de mise-en-scène, ordening van bewegingen van spelers in het beeld.
  • Aandacht wordt besteed aan analyse en kennis van de film geschiedenis en film als cultuuruiting, met als doel de ‘esthetische waarneming’ te verbeteren. De nadruk komt steeds meer te liggen op het vertrouwd raken met de eigen kijk op de wereld. Het maken van kunst is een proces waarin de ervaring van het zelf maken een eigen kijk op de wereld beter leert te communiceren en te delen. De leerling ontwikkelt een eigen visie en stijl.  Doordat de meer geoefende leerling een eigen invulling kan geven aan de aangeleerde filmische aspecten is de uiteindelijke individuele film uniek. De leerling kan zich specialiseren. Bij die leerling liggen aandacht en reflectie meer op de individuele ontwikkeling en de wijze hoe de filmische middelen gehanteerd zijn, beide komen in dit stadium dichter bij elkaar te liggen.
  • De leerling wordt gestimuleerd zich uit te drukken, lef te tonen, en keuzes te maken.
  • De vertaling van ideeën naar een eigen regieconcept en deze vorm te geven in het productieproces.
  • Er worden initiatieven, zelfstandigheid en verantwoordelijkheid gevraagd.
  • De leerling ‘leert’ kwetsbaar te zijn in het presenteren van eigen werk en wordt gestimuleerd een visie te ontwikkelen.
  • De leerling wordt getoetst op het gehele productie proces, in groeps–  en individuele opdrachten, zowel fictie als non-fictie.
  • De ervaring, learning by doing, in meerdere producties en de reflectie op eigen en elkaars werk maakt de leerling bewust van de werking en de zeggingskracht van film.

Bovenstaand leerplan geeft leerlingen genoeg bagage om verder te studeren in het kunstvakonderwijs en om zelf films te blijven maken.

http://www.cultuurnetwerk.nl/cultuureducatie/mediaeducatie/
Definities:

  1. Media-educatie
    Media-educatie gaat over het leren interpreteren van de vormentaal en de inhoud van media, het bepalen door welke belangen of waardesystemen deze worden gestuurd en het bewust worden van de plaats en rol van media.
  2. Mediawijsheid
    Definitie uit het adviesrapport van de Raad voor Cultuur(2005): “Mediawijsheid duidt op het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee leerlingen zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderende en fundamenteel gemedialiseerde wereld. “
  3. Kerndoel 48 t/m 52 betreffen productie, reflectie, receptie en presentatie van eigen, andermans en professionele beeldende kunst en vormgeving